De verkoop van Attero

Provinciale Staten waren onvoldoende betrokken bij de verkoop van Attero. Zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten zelf hadden daar een aandeel in. Dat concludeert de Zuidelijke Rekenkamer in haar rapport “De verkoop van Attero”, dat op 23 juni 2017 verschijnt.

Over het verkoopproces concludeert de rekenkamer dat de gemeentelijke en provinciale aandeelhouders een verkoopproces hadden ingericht dat in opzet en uitvoering grotendeels voldeed aan de eraan te stellen eisen, en dat de uitkomst van dit proces is beïnvloed door de timing en het tempo van de start en de afronding van de verkoop. Het bod waar de aandeelhouders mee akkoord zijn gegaan, was het maximum haalbare uit de markt op dat moment, gegeven dat Attero verkocht zou worden, en gelet op het toetsingskader dat de aandeelhouderscommissie vooraf had opgesteld en gelet op de gehanteerde verkoopmethode.

De reconstructie van het verkoopproces verliep moeizaam. Het archiefwerk bleek incompleet en van enkele belangrijke vergaderingen bleek geen verslag te zijn gemaakt.

De rekenkamer beveelt Gedeputeerde Staten aan om zorg te dragen voor een goede verslaglegging én archivering van alle stappen in het verkoopproces.